ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5470
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- P.A. Koppen
- D.A. Schreuder
- Rechtspraak.nl
Groepsverbod voor energiemaatschappijen niet onrechtmatig volgens rechtbank
Essent NV en Essent BV stelden dat de bepalingen in de Wet onafhankelijk netbeheer (Won), met name het groepsverbod en het verbod op branchevreemde activiteiten, in strijd zijn met het vrije verkeer van kapitaal en het recht op vrije vestiging zoals gewaarborgd in het EG-Verdrag en het EVRM. Essent vorderde de onverbindendheid van deze wettelijke bepalingen en vergoeding van proceskosten.
De rechtbank analyseerde de wetgeving en het groepsverbod, dat een splitsing op aandeelhoudersniveau vereist tussen netwerkbeheer en commerciële energieactiviteiten. Essent stelde dat dit leidt tot aanzienlijke schade, waaronder verminderde kapitaaltoegang, waardeverlies en extra reorganisatiekosten. De Staat verdedigde de wetgeving met het oog op leveringszekerheid en bescherming van consumenten.
De rechtbank oordeelde dat het groepsverbod geen ontneming van eigendom inhoudt, maar een regulering van het gebruik ervan, en dat het groepsverbod gerechtvaardigd is vanwege het dwingende algemene belang van leveringszekerheid. De mogelijke nadelen voor Essent wegen niet op tegen dit belang. De vordering van Essent werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Essent af en verklaart het groepsverbod niet onrechtmatig.