ECLI:NL:GHSGR:2010:BM8496
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.A. Boele
- G. Dulek-Schermers
- J.C.N.B. Kaal
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring groepsverbod en verbod nevenactiviteiten netbeheerder wegens strijd met vrij verkeer van kapitaal
Essent N.V. stelde in hoger beroep dat het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten voor netbeheerders, zoals vastgelegd in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet, in strijd zijn met het vrij verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU Pro) en de vrijheid van vestiging (art. 49 VWEU Pro), alsmede met art. 1 Eerste Pro Protocol EVRM. Het hof oordeelde dat het privatiseringsverbod niet absoluut is en dat toetsing aan het vrij verkeer van kapitaal mogelijk is.
Het hof stelde vast dat het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten een belemmering vormen voor het vrij verkeer van kapitaal, omdat zij investeringen en participaties in energiegerelateerde ondernemingen beperken. De Staat voerde ter rechtvaardiging belangen aan zoals het voorkomen van kruissubsidiëring, bescherming van consumenten, leveringszekerheid en concentratie van netbeheeractiviteiten.
Het hof verwierp deze rechtvaardigingen grotendeels. Economische belangen zoals het voorkomen van kruissubsidiëring zijn geen geldige rechtvaardiging. De leveringszekerheid is reeds geborgd door bestaande wetgeving en maatregelen zoals de 'vette netbeheerder'. Het verband tussen het groepsverbod en leveringszekerheid was onvoldoende gemotiveerd. Ook het belang van consumentenbescherming werd niet overtuigend aangetoond.
Daarom verklaarde het hof de bepalingen van de Wet onafhankelijk netbeheer die het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten regelen, onverbindend wegens strijd met art. 63 VWEU Pro. De vordering van Essent werd toegewezen, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de Staat veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten onverbindend wegens strijd met art. 63 VWEU en veroordeelt de Staat in de proceskosten.