ECLI:NL:HR:2011:BU6513
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten vermogensbelasting en verwijst terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd over de jaren 1992 tot en met 2000, inclusief verhogingen en boeten. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen en sancties, maar het Hof vernietigde deze uitspraken en mat de aanslagen, boeten en verhogingen. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof bij zijn beoordeling van de boeten onvoldoende rekening heeft gehouden met eerdere arresten van de Hoge Raad, met name het arrest van 15 april 2011. Hierdoor is sprake van een verkeerde rechtsopvatting en dient het arrest van het Hof te worden vernietigd voor zover het de verhogingen en boeten betreft.
De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het Hof de eerdere jurisprudentie in acht moet nemen. De Hoge Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende, maar wijst het verzoek af om de Staatssecretaris te veroordelen in de kosten van het ingetrokken cassatieberoep.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd voor de verhogingen en boeten en de zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor herbeoordeling.