ECLI:NL:HR:2011:BU6494
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1991 tot en met 2000, met daarbij verhogingen en boeten, welke na bezwaar door de Inspecteur werden gehandhaafd. Het hof vernietigde deze uitspraken en mat de aanslagen, boeten en heffingsrente, waarbij ook gedeeltelijke kwijtschelding werd toegepast.
Belanghebbende en de Staatssecretaris van Financiën stelden cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Staatssecretaris trok zijn beroep in, waarna belanghebbende vergoeding van proceskosten vorderde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte bepaalde onderdelen van het arrest van 15 april 2011 niet had toegepast en vernietigde het hofarrest voor wat betreft de verhogingen over 1991-1997 en de boeten over 1998-2000.
De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van de jurisprudentie. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. De Hoge Raad gaf daarmee nadere instructies voor de beoordeling van bewijs en proportionaliteit van boeten in het kader van het Rekeningenproject.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de verhogingen 1991-1997 en boeten 1998-2000, en de zaak wordt verwezen naar het hof te 's-Gravenhage.