ECLI:NL:HR:2011:BU6482

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04089
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens intrekking door verzoeker

In deze zaak heeft Hotel Y Boulevard Monumenten cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam. Tijdens de procedure heeft de advocaat van Hotel Y Boulevard Monumenten het cassatieberoep ingetrokken. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad betekent intrekking van het cassatieberoep dat de aangevoerde cassatiemiddelen niet meer kunnen worden onderzocht.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het beroep moet worden verworpen. De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep verworpen en Hotel Y Boulevard Monumenten veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten voor ING Bank en Kesefa 816 Monumenten afzonderlijk zijn begroot.

De uitspraak bevestigt het principe dat zolang de Hoge Raad nog geen beschikking heeft gegeven, een verzoeker tot cassatie zijn verzoek kan intrekken zonder toestemming van de wederpartij, met als gevolg dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard en niet inhoudelijk wordt behandeld.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen wegens intrekking door verzoeker, met veroordeling in de kosten.

Uitspraak

2 december 2011
Eerste Kamer
09/04089
EV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
HOTEL Y BOULEVARD MONUMENTEN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
ING BANK,
gevestigd te AMSTERDAM,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven,
en als belanghebbenden
1. HOTEL Y BOULEVARD V.O.F.,
gevestigd te Amsterdam,
niet verschenen,
2. KESEFA 816 MONUMENTEN BV,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat: mr. M. Bouman,
3. NATIONALE NEDERLANDEN FINANCIELE DIENSTEN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Hotel Y Boulevard Monumenten, ING, belanghebbende 2 als Kesefa 816 Monumenten en belanghebbenden 1 en 3.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 430645/KG RK 09-2555 WT/CB van de voorzieningenrechter, rechtbank Amsterdam, van 2 juli 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.037.506/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 29 september 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft Hotel Y Boulevard Monumenten beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
ING alsmede Kesefa 816 Monumenten hebben verzocht het beroep te verwerpen.
Bij brief van 18 april 2011 heeft de advocaat van Hotel Y Boulevard Monumenten het cassatieberoep ingetrokken.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping als vermeld onder 2.3 van de conclusie.
3. Beoordeling
Zolang de Hoge Raad zijn beschikking nog niet heeft gegeven, kan de verzoeker tot cassatie zijn verzoek intrekken zonder daartoe de toestemming van de verweerder in cassatie nodig te hebben. De intrekking heeft enkel tot gevolg dat de door verzoeker tot cassatie aangevoerde cassatiemiddelen niet meer kunnen worden onderzocht (HR 15 mei 1981, LJN AG4191, NJ 1982/185). Derhalve dient het beroep te worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Hotel Y Boulevard Monumenten in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 358,38 aan verschotten en € 1.800,- voor salaris, aan de zijde van Kesefa 816 Monumenten begroot op € 358,38 aan verschotten en € 1.800,- voor salaris, en aan de zijde van belanghebbenden 1 en 3 op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 2 december 2011.