ECLI:NL:HR:2011:BU1991
Hoge Raad
- Cassatie
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen winst uit onderneming bij film-CV's in belastingzaak
Belanghebbende had participaties in meerdere film-commanditaire vennootschappen (film-CV's) die betrokken waren bij de productie en exploitatie van speelfilms. Over het jaar 2000 werd een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar en beroep bij de Rechtbank werd vernietigd. Het Hof stelde echter dat de film-CV's geen onderneming dreven en verklaarde het beroep ongegrond.
Het Hof baseerde zich op het vermoeden dat de activiteiten van de film-CV's geen positief resultaat konden opleveren, mede vanwege de fiscale structuur en kasrondjes, en achtte belanghebbende niet geslaagd in het ontzenuwen van dit vermoeden. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof zijn feitenvaststelling en waardering van bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd had gemaakt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de film-CV's geen bron van inkomen uit onderneming vormden. Tevens wees de Hoge Raad op het ontbreken van gronden voor proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de navorderingsaanslag gehandhaafd volgens het oordeel van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof dat de film-CV's geen onderneming drijven blijft gehandhaafd.