ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9182
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Navordering belastingverlies film-CV wegens ontbreken onderneming en nieuw feit
Belanghebbende nam deel in drie film-CV’s die bioscoopfilms produceerden. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op wegens twijfel aan het ondernemerschap van de CV’s en de rechtmatigheid van de fiscale faciliteiten zoals willekeurige afschrijving en investeringsaftrek.
Uit onderzoek bleek dat de CV’s geen films zelf voortbrachten maar kant-en-klare films bestelden bij Amerikaanse productiemaatschappijen. De exploitatierechten lagen grotendeels bij een derde partij, [C], die tevens het financieringsrisico droeg. De zogenaamde license agreements, ontdekt in 2004, toonden aan dat de CV’s geen onderneming dreven en dat sprake was van kasrondjes waarbij gelden werden rondgepompt.
De inspecteur baseerde de navordering op dit nieuwe feit, dat los stond van eerdere twijfels over het ondernemerschap. Het hof oordeelde dat het nieuwe feit navordering rechtvaardigt en dat de CV’s geen winst uit onderneming genoten. De eerdere twijfel over het ondernemerschap en de fiscale faciliteiten vormde geen beletsel voor navordering op basis van het nieuwe feit. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag wegens ontbreken van ondernemerschap en toepassing van een nieuw feit.