ECLI:NL:HR:2011:BP8929
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Geen niet-tijdig besluit bij aanslag binnen wettelijke termijn belastingaanslag
Belanghebbende diende op 30 juni 2006 zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2005 in. Hij maakte bezwaar tegen het uitblijven van een aanslag binnen een jaar na de aangifte en verzocht om een vergoeding voor de kosten van de bezwaarprocedure. De Inspecteur legde uiteindelijk op 4 april 2008 een aanslag op, afwijkend van de aangifte, en wees het bezwaar af. Zowel de Rechtbank als het Hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond.
In cassatie stond centraal of sprake was van het niet tijdig nemen van een besluit volgens artikel 6:2 Awb Pro. De Hoge Raad stelde vast dat voor belastingaanslagen de wetgever in artikel 11, lid 3, AWR een termijn van drie jaar hanteert waarbinnen een aanslag moet worden vastgesteld. Een aanslag die binnen deze termijn wordt opgelegd, betekent geen niet-tijdig besluit.
Omdat de aanslag in deze zaak binnen de wettelijke termijn was opgelegd, was het bezwaar wegens niet tijdig beslissen terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het verzoek om een kostenvergoeding afgewezen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard omdat de aanslag binnen de wettelijke termijn is opgelegd en er geen niet tijdig genomen besluit is.