ECLI:NL:HR:2011:BP0438
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot horen van getuigen in hoger beroep strafzaak
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin zijn verzoek tot het horen van bepaalde getuigen werd afgewezen. De Hoge Raad oordeelt dat de afwijzende beslissingen van het hof op grond van de artikelen 328 en 331 Sv in verbinding met artikel 315 Sv Pro zijn genomen, welke bepalingen ook in hoger beroep van toepassing zijn.
Echter, artikel 322, vierde lid, Sv is niet van toepassing op deze beslissingen, zodat nu het onderzoek ter terechtzitting op 30 juni 2009 opnieuw is aangevangen, de bestreden einduitspraak niet mede berust op de eerdere afwijzingen. Hierdoor blijven de middelen die zich richten tegen deze beslissingen onbesproken.
De overige middelen van cassatie kunnen niet leiden tot vernietiging van het arrest en behoeven geen nadere motivering. De Hoge Raad verwerpt het beroep van de verdachte en bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat het verzoek tot het horen van getuigen terecht is afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het verzoek tot het horen van getuigen blijft afgewezen.