ECLI:NL:HR:2011:BO0403
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Alimentatieverplichtingen jegens ex-echtgenote en kinderen aftrekbaar in box 3
Belanghebbende, gescheiden en met twee kinderen, had in 2006 alimentatie betaald aan zijn voormalige echtgenote en bijdragen geleverd aan het levensonderhoud van zijn kinderen. Hij bracht deze alimentatieverplichtingen in mindering op zijn inkomen uit sparen en beleggen (box 3), maar de Inspecteur weigerde deze aftrek.
De Rechtbank verklaarde het bezwaar van belanghebbende ontvankelijk en oordeelde dat de alimentatieverplichtingen als schulden met waarde in het economische verkeer moesten worden aangemerkt, zodat deze aftrekbaar zijn volgens artikel 5.3, lid 3, van de Wet IB 2001. De Staatssecretaris stelde hiertegen beroep in cassatie in.
De Hoge Raad overwoog dat het begrip 'schulden' in artikel 5.3, lid 3, Wet IB 2001 een eigen definitie heeft en niet beperkt is tot civielrechtelijke interpretaties. Alimentatieverplichtingen, ook die jegens kinderen, hebben waarde in het economische verkeer en behoren derhalve tot de schulden die in mindering kunnen worden gebracht op de rendementsgrondslag in box 3.
Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten. Hiermee is bevestigd dat alimentatieverplichtingen aftrekbaar zijn in box 3, ondanks het ontbreken van een expliciete uitzondering in de Wet IB 2001.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de alimentatieverplichtingen zijn aftrekbaar als schuld in box 3.