ECLI:NL:HR:2009:BD9217
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot periodieke uitkeringen vormt schuld in box 3 volgens Wet IB 2001
Belanghebbende had voor de jaren 2001 en 2002 aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd gekregen, welke na bezwaar en beroep door de Rechtbank waren gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat de waarde van de lijfrenteverplichting niet als schuld in box 3 mocht worden meegenomen, maar als persoonsgebonden aftrekpost in box 1.
De Hoge Raad stelt vast dat de lijfrenteverplichting weliswaar leidt tot een persoonsgebonden aftrekpost voor de jaarlijkse uitkeringen, maar dat deze aftrekpost niet tot het belastbare inkomen uit werk en woning behoort en dat de verplichting zelf als schuld met waarde in het economische verkeer moet worden beschouwd. Deze schuld behoort volgens artikel 5.3 van de Wet IB 2001 tot de rendementsgrondslag van box 3.
De Hoge Raad vernietigt daarom de uitspraken van de Rechtbank en de Inspecteur, vermindert de aanslagen voor 2001 en 2002 tot een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van respectievelijk € 250.756 en € 86.017, en handhaaft de overige elementen van de aanslagen. Tevens worden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt eerdere uitspraken en bepaalt dat de lijfrenteverplichting als schuld in box 3 moet worden meegenomen, met vermindering van de aanslagen over 2001 en 2002.