ECLI:NL:HR:2010:BM9758
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke opzegging bedrijfsruimte door opvolgend verhuurder voor verhuur aan derde
Toko Mitra huurde sinds 1998 bedrijfsruimte in winkelcentrum La Vie te Utrecht. In 2005 werd Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) opvolgend verhuurder en zegde in 2007 de huurovereenkomst op tegen 1 februari 2008, omdat een andere huurder, De Bijenkorf, de ruimte wilde gebruiken voor uitbreidingsplannen.
Toko Mitra betwistte de opzegging en stelde dat PMT de huur wilde beëindigen om het gehuurde persoonlijk in gebruik te nemen, waardoor een wachttijd van drie jaar in acht genomen moest worden. Het hof oordeelde dat deze wachttijd niet van toepassing was bij opzegging tegen het einde van de verlengde termijn en dat verhuur aan een derde niet gelijkstaat aan persoonlijk gebruik.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel, stelde dat de wettelijke regeling onderscheid maakt tussen opzegging tegen het einde van de eerste termijn en tegen het einde van een verlengde termijn, en dat de wachttijd van drie jaar alleen geldt bij opzegging tegen het einde van de eerste termijn en voor persoonlijk gebruik. De opzegging door PMT om aan De Bijenkorf te verhuren is geen persoonlijk gebruik.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de rechter de huurovereenkomst niet kan beëindigen met terugwerkende kracht vóór de datum van uitspraak. Daarom stelde de Hoge Raad het einde van de huurovereenkomst vast op 1 maart 2011 en veroordeelde Toko Mitra tot ontruiming en teruggave van de bedrijfsruimte op die datum.
Uitkomst: De huurovereenkomst eindigt op 1 maart 2011 en Toko Mitra moet de bedrijfsruimte op die datum ontruimd opleveren.