Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 20 maart 2018
[de vof],
[vennoot 1],
[vennoot 2],
Unibail-Rodamco Nederland Winkels B.V.,
advocaat: mr. J.A. le Clercq te Amsterdam.
Het verdere geding
De beoordeling van het hoger beroep (de hoofdzaak)
a. Unibail is eigenaresse van winkelcentrum Leidsenhage in Leidschendam. In dit winkelcentrum huurt [de vof] een bedrijfsruimte (gelegen aan de [adres] ), in welke bedrijfsruimte zij een kapsalon exploiteert (hierna: “het gehuurde”). [de vof] verhuurt een gedeelte van het gehuurde met toestemming van Unibail onder aan drie onderhuurders, [onderhuurder 1, 2 en 3] .
b. [de vof] huurt het gehuurde sinds 1 juli 2008, toen zij als huurder in de plaats werd gesteld van haar voorganger, de heer [de voormalige huurder] . De meest recente schriftelijke huurovereenkomst betreffende het gehuurde dateert van 10 mei 2012. Deze overeenkomst bevat onder meer de volgende bepalingen:
”3.1 Deze huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 5 jaar, ingaande op 1 januari 2012 en lopende tot en met 31 december 2016.
3.2 Behoudens beëindiging van deze huurovereenkomst door opzegging tegen het einde van de in 3.1 genoemde (eerste) periode, wordt deze overeenkomst voortgezet voor een aansluitende (tweede) periode van 5 jaar, derhalve van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2021.
3.3 Behoudens beëindiging van deze huurovereenkomst door opzegging tegen het einde van de in 3.2 genoemde (tweede) periode, wordt deze overeenkomst voortgezet voor aansluitende perioden van telkens 1 jaar.”
c. Unibail wenst het winkelcentrum ingrijpend te renoveren en te herontwikkelen tot een winkelcentrum met een internationale uitstraling. In dat kader zal het winkelcentrum worden omgedoopt tot “Mall of the Netherlands”. Om dit plan te realiseren wenst Unibail de huur met [de vof] te beëindigen.
d. In de hoofdzaak heeft de kantonrechter (na genoemd tussenvonnis van 17 januari 2017) bij eindvonnis van 14 maart 2017 op vordering van Unibail (in conventie) de datum waarop de huurovereenkomst tussen Unibail en [de vof] c.s. zal eindigen bepaald op
1 september 2017, te 00.00 uur, en [de vof] veroordeeld (samengevat) om het gehuurde uiterlijk op die dag en dat tijdstip te ontruimen. Unibail werd (in reconventie) veroordeeld tot betaling aan [de vof] en haar onderhuurders van een tegemoetkoming in de verhuis- en wederinrichtingskosten van (in totaal) € 78.612,45 (ex btw). Het in conventie en in reconventie meer of anders gevorderde werd afgewezen. De proceskosten in conventie en in reconventie werden gecompenseerd.
(ii) dat daarna aan beide zijden enkele rechtsopvolgingen hebben plaatsgevonden en dat op 1 juli 2008, toen De [de vorige verhuurder] verhuurder was, [de vof] als huurder in de plaats is gesteld van de toenmalige huurder [de voormalige huurder] ;
(iii) dat De [de vorige verhuurder] en [de vof] op 10 mei 2012 met betrekking tot het gehuurde een schriftelijke huurovereenkomst hebben gesloten;
(iv) dat Unibail op 21 juni 2013 (conclusie van antwoord 26) of 31 juli 2014 (‘conclusie van repliek’ 8) eigenaar is geworden van het gehuurde, waarvan [de vof] schriftelijk in kennis is gesteld, en
* De huurovereenkomst van 1997 houdt in:
ten aanzien van de ingangsdatum en duur“3.1 Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van
10(
tien) jaar, ingaande op
1 november 1997en eindigende op
31 oktober 2007.
3.2 Na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode wordt deze overeenkomst voortgezet voor een aansluitende periode van
5(
vijf) jaar, derhalve ingaande op 1 november 2007 en eindigende op 31 oktober 2012.”
ten aanzien van onderverhuur“10 Onderverhuur is alleen mogelijk na schriftelijke toestemming van verhuurder.”
ten aanzien van de vloerbelasting“1.4 De hoogst toelaatbare belasting van de vloer(en) van het gehuurde bedraagt 250 kg/m².”
* De huurovereenkomst van 2012 houdt over deze onderwerpen in:
de ingangsdatum en duur“3.1 Deze huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 5 jaar, ingaande op 1 januari 2012 en lopende tot en met 31 december 2016.
3.2 Behoudens beëindiging van deze huurovereenkomst door opzegging tegen het einde van de in 3.1 genoemde (eerste) periode, wordt deze overeenkomst voortgezet voor een aansluitende (tweede) periode van 5 jaar, derhalve van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2021.
3.3 Behoudens beëindiging van deze huurovereenkomst door opzegging tegen het einde van de in 3.2 genoemde (tweede) periode, wordt deze overeenkomst voortgezet voor aansluitende perioden van telkens 1 jaar.”
onderverhuur“9.2 Onderverhuur
9.2.1 Verhuurder geeft huurder toestemming om een gedeelte van het gehuurde onder te verhuren zoals bij aanvang van deze huurovereenkomst in de bijgevoegde tekening is aangegeven. Het is huurder niet toegestaan om het gehuurde verder in kleinere units op te splitsen of op andere wijze onder de verhuren. Huurder blijft verantwoordelijke voor de nakoming van al haar verplichtingen, waaronder die van de onderhuurders. Huurder zal ten allen tijde de termijnen uit de onderhuurovereenkomsten gelijk laten lopen met de onderhavige overeenkomst.”
de vloerbelasting“1.5 De hoogst toelaatbare belasting van de vloeren van het gehuurde bedraagt 400 kg/m².”
Beslissing
donderdag 19 april 2018 te 13.30 uur;