ECLI:NL:HR:2010:BL8875
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen belastingaanslag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten en invorderingsrente die door de ontvanger waren opgelegd in verband met een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2003. De ontvanger verklaarde de bezwaren gegrond en bracht de kosten en rente terug tot nihil, maar wees verzoeken om proceskostenvergoeding af.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende tegen deze afwijzing ongegrond, en het hof bevestigde deze uitspraak. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het niet schriftelijk kenbaar maken van bezwaar onredelijk was en dat het in redelijkheid had gelegen dat de gemachtigde telefonisch contact had opgenomen met de ontvanger. Volgens de Hoge Raad voldoet het schriftelijk indienen van bezwaar aan de eisen van artikel 6:4 lid 1 Awb Pro.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de Minister van Financiën in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling terug.