ECLI:NL:HR:2010:BL2134
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat belastingen naar inkomen geen huishoudelijke uitgaven zijn
Belanghebbende werd op grond van artikel 1:102 BW Pro aansprakelijk gesteld voor de helft van onbetaalde belastingschulden van zijn voormalige echtgenoot uit een periode van 1996 tot en met 2002. Na bezwaar en beroep vernietigde de Rechtbank te 's-Gravenhage de beschikking van de ontvanger en bevestigde het Hof deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of belastingschulden die betrekking hebben op inkomen kunnen worden aangemerkt als uitgaven ten behoeve van de gewone gang van de huishouding in de zin van artikel 1:85 BW Pro. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet het geval is, omdat dergelijke belastingen een wettelijke verplichting jegens de overheid betreffen en niet direct strekken tot huishoudelijke uitgaven.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond en veroordeelde de Minister in de kosten van het geding. Hiermee werd bevestigd dat de aansprakelijkstelling van belanghebbende onterecht was, aangezien de belastingschulden niet tot de huishoudelijke uitgaven behoren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling van belanghebbende wordt vernietigd.