ECLI:NL:HR:2010:BL0088
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat intrekking beleid beroepskosten wethouders en gedeputeerden binnen redelijke termijn geschiedde
Belanghebbende, een wethouder met een dienstbetrekking, bracht voor het jaar 2005 reiskosten in aftrek op zijn belastbare inkomen. De Belastingdienst voerde destijds een beleid dat wethouders en gedeputeerden in aanmerking liet komen voor aftrek van beroepskosten, gebaseerd op de opvatting dat zij geen werknemers waren in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij zij daarvoor kozen.
In 2005 werd vastgesteld dat deze opvatting onjuist was, aangezien wethouders en gedeputeerden sinds respectievelijk 2002 en 2003 als ambtenaar gelden en derhalve een dienstbetrekking hebben. De Belastingdienst beëindigde het beleid en informeerde betrokkenen hierover tijdig, met een overgangstermijn van enkele maanden.
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel hem recht gaven op aftrek van de kosten. Het Hof verwierp dit, stellende dat het beleid berustte op een onjuiste rechtsopvatting en dat de intrekking binnen een redelijke termijn had plaatsgevonden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt dat voortzetting van beleid na ontdekking van onjuistheid slechts kan worden tegengegaan indien het bestuursorgaan tijdig en met redelijke overgangstermijn het beleid beëindigt en communiceert.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het beleid omtrent aftrek beroepskosten wethouders en gedeputeerden is terecht binnen een redelijke termijn ingetrokken.