ECLI:NL:HR:2009:BJ7237
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bedreiging en opruiing tegen minister-president Balkenende
Verdachte werd beschuldigd van het bedreigen van minister-president J.P. Balkenende en het verspreiden van opruiende teksten op zijn website in oktober 2006. De teksten riepen op tot standrechtelijke executie van Balkenende en verwezen naar zijn verantwoordelijkheid voor de dood van 650.000 Irakezen.
Het hof oordeelde dat deze uitlatingen bedreigend en opruiend van aard waren en niet konden worden beschouwd als een bijdrage aan het publieke debat. De verdediging voerde aan dat sprake was van een politiek waardeoordeel en dat het recht op vrijheid van meningsuiting van toepassing was, maar dit werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat de bedreiging niet beperkt is tot misdrijven die de bedreiger zelf pleegt en dat voor opruiing geen vereiste is dat het gewelddadig optreden redelijkerwijs waarschijnlijk is.
De Hoge Raad vernietigde alleen het deel van het hof-arrest waarin een proeftijd van drie jaar werd vastgesteld en bepaalde deze op twee jaar. De opgelegde gevangenisstraf van zes maanden, waarvan vier voorwaardelijk, bleef in stand. De overschrijding van de redelijke termijn werd erkend, maar leidde niet tot rechtsgevolgen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.