ECLI:NL:PHR:2009:BJ7237
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bedreiging en opruiing met beperking vrijheid van meningsuiting
De zaak betreft een veroordeling van verdachte wegens bedreiging en opruiing jegens de toenmalige minister-president J.P. Balkenende. Verdachte plaatste op zijn website teksten waarin werd gesproken over een standrechtelijke executie van Balkenende, wat door het hof werd gekwalificeerd als bedreigend en opruiend. Verdachte voerde aan dat het ging om een politieke uiting die beschermd zou zijn door de vrijheid van meningsuiting, maar het hof oordeelde dat de uitlatingen niet als bijdrage aan het publieke debat konden worden gezien.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de bedreiging van dien aard was dat bij Balkenende redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou verliezen. Daarbij speelde de context van de aanloop naar verkiezingen en de politieke moord op Pim Fortuijn een rol. Ook werd geoordeeld dat opruiing niet vereist dat het strafbare feit dat wordt opgeruid daadwerkelijk zal plaatsvinden, noch dat het publiek de woorden volledig moet begrijpen.
Het beroep op artikel 10 EVRM Pro (vrijheid van meningsuiting) werd verworpen omdat de bedreigende en opruiende aard van de uitlatingen zwaarder woog dan het recht op vrije meningsuiting. De Hoge Raad stelde ambtshalve de proeftijd van de opgelegde straf vast op twee jaar in plaats van drie, conform wettelijke voorschriften. De overige middelen van cassatie werden verworpen.
Uitkomst: Veroordeling wegens bedreiging en opruiing met proeftijd ambtshalve teruggebracht tot twee jaar.