ECLI:NL:HR:2009:BH9920
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending recht op onpartijdige rechter bij ontnemingsvordering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene stelde dat de politierechter niet onpartijdig was omdat deze zich al een oordeel had gevormd over de betrouwbaarheid van verklaringen voordat het onderzoek ter terechtzitting was gesloten.
De Hoge Raad overweegt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij de verdachte bestaat. De zonder voorbehoud gemaakte opmerking van de politierechter dat zij de verdachte aan zijn verklaring bij de politie zal houden, duidt op een vooraf gevormd oordeel en levert een zwaarwegende aanwijzing voor schending van onpartijdigheid.
Het hof heeft dit miskend door het verweer te verwerpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Rotterdam om de ontnemingsvordering opnieuw te berechten en af te doen. Hiermee wordt het fundamentele recht op een onpartijdige rechter gewaarborgd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het recht op een onpartijdige rechter en de zaak wordt terugverwezen naar de politierechter.