ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0133
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen kosten van betekening dwangbevel vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2006 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, vermeerderd met heffingsrente. Na vermindering van de heffingsrente werd een dwangbevel betekend met kosten van €10.283. Belanghebbende stelde dat de aanmaning niet was ontvangen en betwistte de kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, mede vanwege artikel 7, tweede lid, van de Kostenwet dat ontvangstverweren uitsluit. Het Hof oordeelde echter dat deze uitsluiting strijdig is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat het belanghebbende de mogelijkheid tot effectieve betwisting ontneemt.
Het Hof nam de geloofwaardige verklaring van de gemachtigde over de postbezorging in een bedrijfsverzamelgebouw serieus en concludeerde dat het redelijkerwijs betwijfeld moet worden of de aanmaning is ontvangen. De ontvanger leverde onvoldoende bewijs dat de aanmaning de gemachtigde heeft bereikt of dat niet-ontvangst aan de gemachtigde is toe te rekenen.
Daarom vernietigde het Hof de uitspraak van de rechtbank en de kostenbeschikking, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de ontvanger tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 7 oktober 2010.
Uitkomst: Het hof vernietigt de kostenbeschikking omdat niet aannemelijk is dat de aanmaning de gemachtigde heeft bereikt en veroordeelt de ontvanger in de proceskosten.