ECLI:NL:GHARN:2008:BC6280
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangbevel en kosten betekening vennootschapsbelasting na juiste bekendmaking aanslagen
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd op een vast adres, ontving voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting voor 2003 en 2004, die zij niet binnen de betalingstermijn heeft voldaan. De ontvanger vaardigde daarop dwangbevelen uit met kosten van betekening. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze kosten en voerde aan de aanslagen en aanmaningen niet te hebben ontvangen, waardoor zij niet in gebreke zou zijn.
Het Hof oordeelt dat de ontvanger de bewijslast heeft voldaan dat de aanslagen en aanmaningen op juiste wijze zijn verzonden naar het juiste adres. Volgens artikel 7, tweede lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen geldt dat een belastingplichtige geacht wordt kennis te hebben genomen van zijn belastingschuld als de aanslagen en aanmaningen correct zijn bekendgemaakt, ook al heeft hij deze niet daadwerkelijk ontvangen.
Het Hof wijst het verweer van belanghebbende af en bevestigt dat zij in gebreke is, zodat de kosten van betekening terecht in rekening zijn gebracht. Tevens oordeelt het Hof dat deze kosten geen boete vormen, maar kostendekkend zijn en een betalingsprikkel inhouden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de dwangbevelen en kosten van betekening terecht zijn opgelegd omdat de aanslagen en aanmaningen correct zijn bekendgemaakt.