ECLI:NL:HR:2009:BF3924
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrek scholingsuitgaven zonder inkomensverbeteringseis
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van een BV, maakte in 2001 kosten voor een opleiding tot beroepsvlieger en bracht deze als scholingsuitgaven in mindering op zijn inkomen. De Inspecteur wees deze aftrek af, wat door de Rechtbank werd gecorrigeerd, maar het Hof herstelde de afwijzing. Het Hof stelde dat voor aftrek een redelijke verwachting van inkomensverbetering vereist was.
De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel onjuist is. Artikel 6.27, lid 1, Wet IB 2001 vereist geen inkomensverbetering als voorwaarde voor aftrek van scholingsuitgaven. De wetgever beoogt met deze aftrek een fiscaal vangnet ter stimulering van scholing, gericht op het bevorderen van employability.
De Hoge Raad bepaalt dat de aftrek toekomt indien de belastingplichtige het oogmerk had beroepsvlieger te worden en redelijkerwijs kon verwachten dit te verwezenlijken, ongeacht inkomensverbetering. De beoordeling moet gedurende de opleiding plaatsvinden, niet alleen bij aanvang. Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.