ECLI:NL:HR:2008:BD7257
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geschiktheid radarontvangstapparaat ondanks niet-functioneren voor overtreding Voertuigreglement
Op 8 juli 2004 reed de verdachte op de Koningsweg te Arnhem met een personenauto waarin een radarontvangstapparaat was bevestigd. Dit apparaat was bedoeld om de aanwezigheid van een snelheidsradar aan te tonen, maar functioneerde niet omdat de techniek uit het controlekastje ontbrak. De verdachte werd veroordeeld voor overtreding van artikel 5.1.6 van het Voertuigreglement.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van het bedieningspaneel het apparaat niet volledig ongeschikt maakte om de aanwezigheid van een radarontvangstapparaat aan te tonen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het voor de bewijslast niet vereist is dat het apparaat ten tijde van de overtreding daadwerkelijk functioneerde.
Daarnaast werd een verzoek van de verdediging tot het horen van getuigen over de technische werking van het apparaat niet gemotiveerd door het hof afgewezen. Hoewel dit een formeel verzuim opleverde, leidde dit niet tot cassatie omdat het voor de strafrechtelijke beoordeling niet relevant was of het apparaat functioneerde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de geldboete van 300 euro, subsidiair zes dagen hechtenis. Hiermee werd het arrest van het hof Arnhem bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een geldboete van €300,-, subsidiair zes dagen hechtenis, blijft in stand.