ECLI:NL:HR:2008:BD0658
Hoge Raad
- Cassatie
- D.B. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Vordering compensatoire rente bij onrechtmatige daad wegens bedrog bij aandelenkoop
In deze schadestaatprocedure vordert eiser vergoeding wegens onrechtmatige daad door bedrog bij de verkoop van aandelen in een concern. Eiser stelt dat malversaties en het achterhouden van opbrengsten in de jaarstukken tot een te lage koopprijs hebben geleid. Na diverse procedures oordeelde het hof dat alleen malversaties vanaf 1981 in aanmerking komen en wees compensatoire rente over een bepaalde periode af.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof te Arnhem. De Hoge Raad stelt dat de compensatoire rente kan worden gevorderd over het gemis aan vermogensbestanddelen die door het bedrog zijn onthouden, ook als dit verder teruggaat dan 1981. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de uitzondering van art. 1286 oud Pro BW niet van toepassing is omdat het hier niet gaat om een verbintenis tot betaling van een zekere geldsom maar om schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.
De zaak wordt terugverwezen om te beoordelen of en in welke omvang compensatoire rente toewijsbaar is. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de verweerders in de proceskosten van cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor verdere behandeling van compensatoire rente.