ECLI:NL:PHR:2012:BX0727
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursrechter exclusief in vreemdelingenuitzettingszaken na invoering Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een ongewenst verklaarde vreemdeling die al 37 jaar in Nederland verbleef, vorderde in kort geding een verbod op zijn uitzetting naar de voormalige SFR Joegoslavië. Deze vordering werd door de voorzieningenrechter en het gerechtshof afgewezen, waarbij werd overwogen dat de bestuursrechter exclusief bevoegd is voor rechtsbescherming in vreemdelingenzaken sinds de invoering van de Vreemdelingenwet 2000.
De Hoge Raad bevestigde deze lijn en oordeelde dat de civiele rechter niet bevoegd is om voorlopige voorzieningen te treffen tegen uitzetting, omdat de vreemdeling voldoende rechtsbescherming kan genieten via de bestuursrechter. Ook als er sprake is van een onherroepelijk verbod uit 1986 tegen uitzetting, blijft de bestuursrechter bevoegd en kan de vreemdeling daartegen opkomen.
De Hoge Raad benadrukte dat de uitzettingshandeling een rechtens relevante handeling is waartegen beroep openstaat bij de bestuursrechter, zeker indien er sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds het oorspronkelijke besluit. De civiele rechter moet zich terughoudend opstellen en de exclusieve bevoegdheid van de bestuursrechter respecteren.
De conclusie van de Hoge Raad is dat het beroep van eiser wordt verworpen en dat de bestuursrechter de aangewezen instantie blijft voor geschillen over vreemdelingenuitzetting.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de exclusieve bevoegdheid van de bestuursrechter in vreemdelingenuitzettingszaken en wijst het cassatieberoep af.