ECLI:NL:HR:2008:BC2733
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot gedwongen ontheffing van ouderlijk gezag over drie kinderen afgewezen in cassatie
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Maastricht om de ouders ontheffing te verlenen van het ouderlijk gezag over hun drie kinderen, geboren in 1992, 1995 en 1997. Dit verzoek werd door de rechtbank toegewezen op 9 juni 2006, waarna de ouders hoger beroep instelden bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank op 21 november 2006.
Tegen deze beslissing stelden de ouders beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De raad diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad wees het beroep van de ouders af en bevestigde daarmee de ontheffing van het ouderlijk gezag. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Hammerstein, Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door Numann op 4 april 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontheffing van het ouderlijk gezag over de drie kinderen.