ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ4123
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontheffing ouderlijk gezag wegens belang minderjarige en ongeschiktheid moeder
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de moeder te ontheffen van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, dat sinds 2003 uit huis geplaatst is en verblijft in een orthopedagogische behandelgroep. De rechtbank wees dit verzoek in eerste aanleg af. In hoger beroep vernietigde het gerechtshof deze beslissing en ontheft de moeder van het gezag.
De moeder stemt duurzaam in met de uithuisplaatsing en erkent dat het perspectief van het kind niet bij haar ligt. De raad stelt dat de moeder ongeschikt is om haar opvoedingsplicht te vervullen, mede omdat zij afspraken niet naleeft en niet adequaat reageert op communicatie van school en instanties. De gezinsvoogd benadrukt de onrust die de jaarlijkse verlengingen van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij het kind veroorzaken.
Het hof overweegt dat het belang van het kind bij stabiliteit en duidelijkheid over zijn opvoedingssituatie zwaarder weegt dan het belang van de moeder om het gezag te behouden. De voortdurende onzekerheid en de mogelijkheid van terugplaatsing vormen een risico voor de ontwikkeling van het kind. De ontheffing heeft geen invloed op het contact tussen moeder en kind en draagt bij aan duidelijkheid en bescherming van het kind.
Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het ouderlijk gezag over de minderjarige en Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant wordt benoemd als voogd.