ECLI:NL:GHARN:2008:BF3166
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing overdrachtsbelasting naheffingsaanslag wegens ontbreken verbondenheid
Belanghebbende, Stichting X, kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd wegens de verkrijging van aandelen in D B.V., een onroerendezaaklichaam. Na bezwaar en beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch werd de naheffingsaanslag vernietigd, maar de Hoge Raad verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of Stichting X als verbonden lichaam kon worden aangemerkt met vennootschappen E b.v. en F b.v., zodat de overdrachtsbelasting terecht geheven kon worden. De Inspecteur stelde dat sprake was van verbondenheid, mede op basis van borgstellingen en invloed op het bestuur, terwijl belanghebbende dit betwistte.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende een zelfstandige rol vervult binnen de structuur en dat de Inspecteur onvoldoende feiten had gesteld om verbondenheid aan te tonen. Ook het beroep op het leerstuk van fraus legis werd verworpen omdat de spreidingsconstructie niet in strijd was met de wettelijke antimisbruikbepalingen.
Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de naheffingsaanslag vernietigd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten. De zaak betreft complexe fiscale en bestuursrechtelijke aspecten rondom overdrachtsbelasting en antimisbruikregels.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting aan Stichting X wordt vernietigd wegens ontbreken van verbondenheid met andere vennootschappen.