ECLI:NL:GHARN:2009:BI3989
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.H. van Suilen
- J.P.M. Kooijmans
- G.W.J.M. Kampschöer
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek oprenting lijfrenteverplichting wegens wetsontduiking in vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1999 tot en met 2001 aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd, die zij betwistte. Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. De kern van het geschil betrof de aftrek van de oprenting van een lijfrenteverplichting die voortvloeide uit de omzetting van een geldlening in een lijfrente.
Het Hof stelde vast dat de omzetting van de geldlening in een lijfrenteverplichting onlosmakelijk verbonden was met de verkoop van aandelen door de aandeelhouder A, waarbij geen zakelijk motief aanwezig was en het doorslaggevende motief belastingverijdeling betrof. Belanghebbende voerde een aandeelhoudersmotief aan, maar dit werd door het Hof niet aannemelijk geacht.
Verder oordeelde het Hof dat de door belanghebbende gestelde compenserende heffing niet aannemelijk was gemaakt, mede omdat niet kon worden vastgesteld dat de lijfrente-uitkeringen in Zwitserland daadwerkelijk aan een vergelijkbare belastingheffing waren onderworpen. Hierdoor kon het leerstuk van wetsontduiking worden toegepast en werd de aftrek van de oprenting van de lijfrenteverplichting terecht geweigerd door de Inspecteur.
Het Hof verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, stelde de aanslagen naar beneden bij en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaart de beroepen gegrond en beperkt de aftrek van de oprenting van de lijfrenteverplichting wegens toepassing van wetsontduiking.