ECLI:NL:HR:2007:BA8063
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over afschrijvingstabel BPM wegens strijd met artikel 90 EG
Belanghebbende betaalde op 6 juni 2002 een bedrag van €14.156 aan BPM en maakte bezwaar tegen dit bedrag. Dit bezwaar werd door de Inspecteur ongegrond verklaard en het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende eveneens ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het Hof had geoordeeld dat de afschrijvingstabel van artikel 10 van Pro de Wet BPM een redelijke schatting geeft van de waardevermindering van personenauto's en dat belanghebbende geen feiten had aangevoerd die een afwijking van deze tabel rechtvaardigen. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze tabel in strijd is met artikel 90 EG Pro omdat niet bekend is welke factoren behalve ouderdom zijn meegewogen bij de afschrijving, waardoor niet kan worden vastgesteld of de tabel de werkelijke waardevermindering weerspiegelt.
De Hoge Raad stelde dat de inspecteur verplicht is de gegevens te verstrekken die ten grondslag liggen aan de afschrijving, zodat belanghebbende gericht tegenbewijs kan leveren. De Hoge Raad verwierp ook het argument dat de prijs die belanghebbende aan een Duitse leverancier betaalde bepalend kan zijn voor het afschrijvingspercentage, omdat de heffing moet worden gebaseerd op de waardevermindering van een vergelijkbaar voertuig op de Nederlandse markt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling, met inachtneming van de gegeven richtlijnen. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de zaak verwezen voor nader onderzoek naar de maatstaf van heffing.