ECLI:NL:PHR:2007:BA5803
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vaststelling partner- en kinderalimentatie na echtscheiding met discussie over draagkracht en behoefte
Deze zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de vaststelling van partner- en kinderalimentatie na hun echtscheiding. De man stelt cassatie in tegen het oordeel van het hof over zijn brutojaarinkomen, de draagkrachtberekening en de behoefte van de vrouw. De man betwist dat de zogenaamde meerwinst uit zijn praktijkvennootschap bij zijn brutojaarinkomen moet worden gerekend, omdat deze winst fiscaal bestemd is voor sanering van een rekening-courantverhouding met de vennootschap en niet vrij beschikbaar is.
Het hof oordeelde echter dat deze meerwinst wel ter vrije beschikking staat en daarom bij de draagkrachtberekening moet worden betrokken. Daarnaast stelde het hof vast dat de vrouw, ondanks haar leeftijd en de aanwezigheid van de kinderen in haar huishouden, niet meer uren kan werken dan de huidige veertien lesuren per week, mede omdat er op haar huidige school geen uitbreidingsmogelijkheden zijn. De man betwist dit en wijst op vacatures in het onderwijs in de Randstad en de leeftijd van de vrouw.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof over het brutojaarinkomen van de man begrijpelijk is, maar dat het oordeel over de arbeidsmogelijkheden van de vrouw onvoldoende is gemotiveerd, met name de rol van de leeftijd van de vrouw en het feit dat de meerderjarige kinderen nog tot haar huishouden behoren. Ook overweegt de Hoge Raad dat het hof de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man niet mag verwarren. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van draagkracht en behoefte.