ECLI:NL:HR:2007:BA5197
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontslag van instantie in faillissementsprocedure wegens belangenafweging
Deze zaak betreft een verzoek van de Staat tot ontslag van de instantie in cassatie tegen [eiser], die in staat van faillissement is verklaard. De Staat had de curator van [eiser] opgeroepen tot overneming van het geding, maar deze verscheen niet. Het hof verleende daarop ontslag van de instantie, waartegen [eiser] cassatie instelde.
De Hoge Raad overweegt dat art. 27 lid 2 Faillissementswet Pro niet dwingt tot toewijzing van ontslag van de instantie; de rechter kan dit afwijzen indien toewijzing strijdig is met een goede procesorde. De belangenafweging betreft het belang van de Staat om proceskosten te kunnen verhalen versus het belang van [eiser] om een inhoudelijke beslissing te verkrijgen en te voorkomen dat het vonnis in eerste aanleg in kracht van gewijsde gaat.
Hoewel de curator niet is verschenen en de Staat borgstelling voor proceskosten betwist, is het belang van [eiser] bij een beslissing in cassatie en hoger beroep zwaarder. Het hof heeft ten onrechte het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor geschonden door niet eerst [eiser] te laten reageren op het verzoek tot ontslag van de instantie.
De Hoge Raad wijst daarom het verzoek tot ontslag van de instantie af en veroordeelt de Staat in de kosten van het incident.
Uitkomst: Het verzoek van de Staat tot ontslag van de instantie wordt afgewezen vanwege het zwaardere belang van eiser bij een inhoudelijke beslissing.