ECLI:NL:HR:2007:BA0901
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugbetaling bijdrage kosten levensonderhoud jong meerderjarige dochter
De zaak betreft een geschil tussen een moeder en haar jong meerderjarige dochter over de bijdrage van de moeder in de kosten van levensonderhoud en studie van de dochter. De dochter verzocht bij de rechtbank Breda om vaststelling van een maandelijkse bijdrage van €250 vanaf 1 januari 2004. De rechtbank wees dit verzoek toe, maar het gerechtshof vernietigde deze beschikking voor de periode 1 januari 2004 tot 1 december 2005 en wees het verzoek in zoverre af.
De moeder had de alimentatiebedragen over deze periode reeds betaald, maar het hof bepaalde dat de dochter deze bedragen moest terugbetalen. De dochter stelde cassatieberoep in tegen deze terugbetalingsverplichting. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen bijzondere motiveringsplicht had zoals bij terugwerkende wijziging of intrekking van alimentatie, omdat hier sprake was van een ander oordeel van de appelrechter ten opzichte van de rechtbank in eerste aanleg.
De Hoge Raad benadrukte dat de dochter rekening moest houden met de mogelijkheid van een ander oordeel in hoger beroep zolang de beschikking van de rechtbank nog niet onherroepelijk was. Verder was de dochter bekend met de omstandigheden rond de onderneming van de moeder en had zij geen feiten aangevoerd die haar terugbetalingsverplichting redelijkerwijs zouden kunnen uitsluiten. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de terugbetalingsverplichting van de dochter voor de ontvangen alimentatie over 2004-2005.