ECLI:NL:HR:2007:AZ5556
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over proceskostenvergoeding bij vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1999, die na bezwaar werd verminderd maar uiteindelijk door het Hof werd vernietigd. Het Hof oordeelde echter dat belanghebbende geen recht had op vergoeding van proceskosten omdat de noodzaak tot beroep voortvloeide uit zijn eigen handelen.
De Hoge Raad stelt dat wanneer een belanghebbende geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, de gemaakte kosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen, tenzij de noodzaak tot beroep uitsluitend voortvloeit uit de handelwijze van de belanghebbende. In deze zaak was de naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd en niet het gevolg van een handelwijze van belanghebbende.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het oordeel van het Hof over de proceskostenvergoeding en veroordeelt de Staat tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van rechtsbijstand. Tevens wordt de Inspecteur veroordeeld in de kosten van het geding voor het Hof. De zaak wordt afgedaan met deze beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest over proceskostenvergoeding en veroordeelt de Staat tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.