ECLI:NL:HR:2007:AZ0262
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Onverenigbaarheid bijzondere voorwaarde opname psychiatrische inrichting met art. 14c Sr
In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar, waarbij een bijzondere voorwaarde werd opgelegd dat hij zich gedurende de proeftijd onder toezicht van Reclassering Nederland moest stellen en zich moest gedragen naar diens aanwijzingen, inclusief opname in psychiatrische inrichtingen zoals KIB De Meren of De Jellinek indien nodig.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze bijzondere voorwaarde. De Hoge Raad oordeelde dat op grond van art. 14c Sr de beslissing over opname in een inrichting ter verpleging en de duur daarvan exclusief aan de rechter is voorbehouden. Het hof had deze beslissing onterecht gedelegeerd aan Reclassering Nederland, hetgeen onverenigbaar is met de wet.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep, waarbij de bijzondere voorwaarde conform de wettelijke bepalingen moet worden vastgesteld.
De overige middelen van cassatie werden niet behandeld omdat de vernietiging op dit punt voldoende was voor het oordeel van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat de bijzondere voorwaarde ten onrechte de beslissing over opname in een psychiatrische inrichting aan Reclassering Nederland toekent.