ECLI:NL:HR:2013:BY5449
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bijzondere voorwaarden en duur opname klinisch forensische instelling
In deze strafzaak heeft het hof de verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarbij stelde het hof bijzondere voorwaarden waaronder opname in een klinisch forensische instelling voor duale problematiek, waarbij de duur van opname afhankelijk werd gesteld van de behandelaars in overleg met de reclassering.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof de beslissing over de duur van opname ten onrechte aan de behandelaars had overgelaten, wat strijdig zou zijn met art. 14c (oud) Sr. De Hoge Raad oordeelde dat de rechter de maximale duur moet bepalen, maar dat het niet onverenigbaar is dat de behandelaars in overleg met de reclassering de duur kunnen verkorten, mits de belangen van de veroordeelde en de wet worden gerespecteerd.
Daarnaast werd geoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro in cassatie was overschreden door late indiening van stukken, wat leidde tot vermindering van de straf van 36 naar 35 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat de rechtspraak over art. 14c (oud) Sr ook geldt voor het sinds 1 april 2012 geldende art. 14c Sr.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze, waarbij de bijzondere voorwaarden en proeftijd ongewijzigd bleven. Hiermee werd de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en tegelijkertijd de behandeling en resocialisatie van de verdachte bevorderd.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 12 februari 2013.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot 35 maanden met 12 maanden voorwaardelijk, waarbij opname in een klinisch forensische instelling als bijzondere voorwaarde werd bevestigd.