ECLI:NL:HR:2007:AY9004
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over renteaftrek eigen woning en verwijst zaak terug
Belanghebbende had zijn hypotheek in 1997 verhoogd en het volledige bedrag als schuld met betrekking tot de eigen woning opgegeven, inclusief de renteaftrek. De Inspecteur accepteerde slechts een deel van de verhoging als schuld voor de eigen woning, omdat voor het overige deel geen schriftelijke bewijsstukken waren overgelegd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat ook voor schulden aangegaan vóór 2001 de voorwaarde van schriftelijke bescheiden geldt.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onjuist heeft geoordeeld dat de schriftelijke bewijsvoering ook voor schulden van vóór 2001 strikt geldt. Daarnaast is het oordeel van het Hof dat een factuur over kozijnen uit 1996 niet meetelt omdat de verhoging pas in 1997 plaatsvond, onjuist. De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten en belanghebbende krijgt vergoeding van het griffierecht. De zaak betreft de uitleg van de artikelen 3.120 en 3.123 van de Wet IB 2001 over de renteaftrek eigen woning en de bewijsvereisten voor onderhoudskosten gefinancierd met schulden van vóór 2001.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met versoepelde bewijsvereisten voor renteaftrek.