ECLI:NL:GHLEE:2012:BW9699
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaststelling eigenwoningschuld en toepassing vertrouwensbeginsel in inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn eigenwoningschuld in de inkomstenbelasting over 2005, waarbij de Inspecteur een bedrag van €185.378 als eigenwoningschuld aanmerkte en een deel van de renteaftrek op een hogere schuld van €218.000 weigerde.
Na een eerdere afwijzing door de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Leeuwarden. Het geschil betrof de vraag of de leningen B en C, die samen met andere leningen werden herfinancierd in lening E, als eigenwoningschuld konden worden aangemerkt en of de Inspecteur het vertrouwensbeginsel had geschonden door niet eerder om bewijs te vragen.
Het Hof oordeelde dat de leningen A en D voldoende waren om de eigenwoningschuld te dekken en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat leningen B en C waren aangegaan voor onderhoud of verbetering van de woning. Ook werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat het enkel opvoeren van een hogere schuld in de aangifte niet als een uitdrukkelijk en gemotiveerd standpunt geldt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de eigenwoningschuld €185.378 bedraagt en wijst het hoger beroep af.