ECLI:NL:HR:2005:AT6843
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning minderjarig kind na weigering moeder en schending hoor en wederhoor
De zaak betreft een verzoek van de man om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van een minderjarig kind, geboren uit de moeder die toestemming weigerde te verlenen. De rechtbank verleende de man deze toestemming, waarna de moeder hoger beroep instelde. Het hof gelastte een DNA-onderzoek vanwege betwisting van het vaderschap, maar de moeder weigerde daaraan mee te werken. Het hof concludeerde op basis van een brief van de deskundige dat geen DNA-onderzoek kon plaatsvinden en ging ervan uit dat de man de biologische vader was.
De moeder stelde in cassatie dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door zich op de brief van de deskundige te baseren zonder haar de mogelijkheid te geven zich hierover uit te laten. De Hoge Raad oordeelde dat dit beginsel inderdaad was geschonden, omdat partijen zich moeten kunnen uitlaten over alle gegevens die de rechter gebruikt, tenzij de wet anders bepaalt, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee werd het belang van een zorgvuldige procedure en het recht op hoor en wederhoor benadrukt, zeker bij ingrijpende beslissingen over familierechtelijke betrekkingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.