ECLI:NL:PHR:2007:AZ4571
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schending van het beginsel van hoor en wederhoor bij ambtshalve kennisneming van strafvonnissen in civiele procedure
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of een recht van koop op een woning rechtsgeldig was verleend en of er sprake was van onrechtmatig handelen en wanprestatie. Eiser stelde dat verweerder 1 hem een recht van koop had verleend, maar dat de woning onrechtmatig aan een derde (de koper) was geleverd. De rechtbank had vastgesteld dat het recht van koop aan eiser was verleend en dat verweerder 1 tekort was geschoten, en veroordeelde verweerder 1 en de koper tot schadevergoeding.
In hoger beroep vernietigde het hof de tussenvonnissen en het eindvonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van eiser af, mede omdat eiser niet was geslaagd in het bewijs dat de koper bewust het recht van eiser had gefrustreerd. Het hof nam ambtshalve kennis van strafrechtelijke vonnissen waarin de getuigen die eiser had gehoord, waren vrijgesproken van meineed. Partijen konden zich niet uitlaten over deze strafvonnissen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof hiermee het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden, omdat eiser niet de gelegenheid heeft gekregen zich uit te laten over de strafrechtelijke uitspraken die mogelijk de geloofwaardigheid van zijn getuigen beïnvloedden. Dit is in strijd met art. 19 Rv Pro en het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in art. 6 EVRM Pro. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van het hoor en wederhoor.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde behandeling.