ECLI:NL:GHAMS:2011:BV2209
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.R. Sturhoofd
- C.G. Kleene-Eijk
- J.E. Doek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake partiële ontbinding huwelijkse voorwaarden
Partijen zijn in 1981 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden die onder meer een regeling bevatten over de verdeling van resterende jaarlijkse inkomsten. Na hun echtscheiding in 2008 ontstond onenigheid over de verrekening van deze inkomsten. De kantonrechter benoemde een deskundige om bindend advies te geven.
De vrouw stelde dat de huwelijkse voorwaarden gedeeltelijk waren ontbonden vanwege een tekortkoming van de man en verzocht de rechtbank dit vast te stellen. De rechtbank oordeelde dat wijziging van huwelijkse voorwaarden alleen via een notariële akte en goedkeuring door de rechtbank mogelijk is, en dat partiële ontbinding niet mogelijk is. De zaak werd aangehouden in afwachting van het bindend advies.
De vrouw ging in hoger beroep en verzocht om vernietiging van de bestreden beschikking en bevestiging van de ontbinding. Het hof overwoog dat de beschikking een tussenbeschikking betrof waartegen niet afzonderlijk hoger beroep mogelijk is zonder uitdrukkelijke toelating. Het verzoek van de vrouw om dit alsnog te bepalen was niet gericht op appellabiliteit, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard.
De man verzocht de vrouw in haar hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren en in de proceskosten te veroordelen. Het hof wees dit toe en begrootte de kosten op €894,-. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2011.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.