ECLI:NL:HR:2004:AQ6882
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over kwalificatie keuringsheffingen als aan belastingen gedane uitschotten in omzetbelasting
Belanghebbende exploiteert een slachterij en bracht keurloon in rekening aan leveranciers van slachtdieren, zonder hierover omzetbelasting te voldoen, stellende dat het keurloon aan belastingen gedane uitschotten betreft. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en boetes op wegens het niet voldoen van omzetbelasting over deze keuringsheffingen.
Het Hof Arnhem oordeelde dat het keurloon niet als aan belastingen gedane uitschotten kon worden aangemerkt, omdat het niet de werkelijke kosten per dier betrof maar een aandeel in de totale kosten, en handhaafde de naheffingsaanslagen. De Hoge Raad stelt dat het Hof een te strikte maatstaf hanteerde en dat het keurloon, afgestemd op het aantal en de omvang van de keuringen, wel degelijk naar evenredigheid van de dienst wordt doorberekend.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.