ECLI:NL:HR:2004:AO1501
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek medische kosten adoptiekind op grond van gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 65.948, welke aanslag na bezwaar gehandhaafd bleef. Tegen deze uitspraak ging belanghebbende in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
In cassatie klaagde belanghebbende dat het Hof geen aandacht had besteed aan het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat soortgelijke kosten voor een tweede geadopteerd kind in 2000 wel als aftrekbare buitengewone lasten waren geaccepteerd. De Hoge Raad oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet vereist dat uitgaven die niet als buitengewone lasten kwalificeren, toch als zodanig moeten worden behandeld vanwege latere acceptatie.
Daarnaast werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat niet was vastgesteld dat de aanslag voor 2000 berustte op een weloverwogen standpunt van de inspecteur dat bij belanghebbende de indruk had kunnen wekken dat de kosten aftrekbaar waren.
De overige klachten werden niet behandeld omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond, maar gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende vanwege de gegrond bevonden klacht over het gelijkheidsbeginsel.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Amersfoort, Van Oven en Leemreis en op 9 januari 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; de aanslag blijft gehandhaafd en het griffierecht wordt vergoed.