ECLI:NL:HR:2003:AI5685
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waardering woning met bodemverontreiniging onder Wet WOZ
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning te Z, vastgesteld op ƒ 294.000 voor de periode 1997-2000. Het Hoofd van de afdeling financiën van de gemeente Boarnsterhim handhaafde de beschikking, waarna het Gerechtshof Leeuwarden het beroep ongegrond verklaarde. De kern van het geschil was of bodemverontreiniging, die in 1996 bekend werd, een waardedrukkende factor vormde voor de woning op de waardepeildatum 1 januari 1992.
Het Hof stelde dat een waardevermindering door bodemverontreiniging alleen in aanmerking kan worden genomen als deze ten minste 5% of ƒ 25.000 bedraagt. Het oordeelde dat de bodemverontreiniging geen waardedrukkend effect had van ten minste ƒ 25.000 en wees het beroep af. De Hoge Raad oordeelde dat het waardedrukkende effect van bodemverontreiniging die op de waardepeildatum aanwezig was, altijd moet worden meegenomen, ongeacht of de ontdekking later plaatsvond, en dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling, waarbij de waarde van de woning opnieuw in volle omvang moet worden onderzocht. Tevens moet het verwijzingshof beoordelen of de vastgestelde waarde strookt met de status van de woning als nieuwbouwwoning opgeleverd in 1994 en de waardepeildatum van 1 januari 1992. De Hoge Raad gelastte dat de gemeente Boarnsterhim het griffierecht van belanghebbende vergoedt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde waardering van de woning onder de Wet WOZ.