ECLI:NL:HR:2003:AF7419
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over zorgplicht bank bij optiehandel en margeverplichting
De zaak betreft een geschil tussen de erfgenaam van een cliënt en de Rabobank over de uitvoering van optietransacties en de naleving van margeverplichtingen. De cliënt handelde sinds 1984 in opties en kon vanaf oktober 1987 niet meer aan zijn margeverplichting voldoen, waarna de bank overging tot liquidatie van zijn effectenportefeuille.
De rechtbank wees de vorderingen van de cliënt af, en het hof bekrachtigde dit oordeel. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad benadrukt dat de bank als professionele dienstverlener een bijzondere zorgplicht heeft jegens particuliere cliënten bij het uitvoeren van risicovolle optietransacties.
De Hoge Raad oordeelt dat de bank in beginsel in strijd met haar zorgplicht handelt indien zij opdrachten tot het schrijven van putopties uitvoert terwijl de cliënt niet voldoet aan de gebruikelijke margeverplichting, ook als de cliënt eigengereid is en ondanks waarschuwingen van de bank. De enkele bekendheid van de cliënt met optiehandel kan niet leiden tot het oordeel dat sprake is van relevante deskundigheid die de zorgplicht van de bank vermindert.
De Hoge Raad veroordeelt de bank in de kosten van het cassatiegeding en benadrukt dat de zorgplicht van de bank mede voortvloeit uit de eisen van redelijkheid en billijkheid en de bescherming van de particuliere cliënt tegen eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de bank een bijzondere zorgplicht heeft jegens particuliere cliënten bij optiehandel.