ECLI:NL:GHAMS:2025:2852
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schending zorgplicht Dexia bij effectenleaseovereenkomsten met minderjarige
Deze zaak betreft twee effectenleaseovereenkomsten die door appellant, destijds minderjarig, met Dexia zijn gesloten. De rechtbank had reeds geoordeeld dat Dexia haar precontractuele zorgplicht had geschonden en onrechtmatig had gehandeld jegens appellant, waarbij een schadevergoeding werd vastgesteld volgens het hofmodel.
In hoger beroep betoogt appellant dat de overeenkomsten nietig zijn wegens zijn minderjarigheid en dat Dexia een uitgebreidere zorgplicht had, waaronder een weigeringsplicht. Het hof stelt vast dat Dexia als professionele dienstverlener een bijzondere zorgplicht had, zeker gezien de minderjarige status van appellant, zijn beperkte inkomen en gebrek aan ervaring met beleggen.
Het hof oordeelt dat Dexia de effectenleaseovereenkomsten niet had mogen sluiten zonder voorafgaande machtiging van de kantonrechter en zonder voldoende onderzoek en waarschuwing. Dexia heeft hierdoor onrechtmatig gehandeld. De schadevergoeding wordt vastgesteld op basis van de door appellant betaalde bedragen en de restschuld, vermeerderd met wettelijke rente. Er is geen sprake van eigen schuld van appellant.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart Dexia aansprakelijk en veroordeelt haar tot betaling van schadevergoeding en proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: Dexia is aansprakelijk voor schending van haar zorgplicht en veroordeeld tot volledige schadevergoeding aan appellant.