ECLI:NL:HR:2002:AE2115
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- C.H.M. Jansen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid STE voor verklaring van geen bezwaar bij aandelenoverdracht effecteninstelling
In deze zaak stond centraal de vraag of Crescendo recht had op levering van 35% van de aandelen in [verweerster 3], onder de voorwaarde dat een verklaring van geen bezwaar op grond van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (WTE) werd verkregen. Bonoparti c.s. betwistten dit en stelden onder meer dat de overdracht in strijd was met de WTE.
De rechtbank wees de vorderingen van Crescendo af en veroordeelde Crescendo in reconventie tot opheffing van het beslag op de aandelen. Het hof stelde echter dat het oordeel over het verlenen van een verklaring van geen bezwaar aan de STE toekomt en dat niet vaststaat dat deze verklaring zal worden geweigerd. Tevens oordeelde het hof dat geen voorafgaande kennisgeving van het voornemen tot verwerving van een deelneming vereist is volgens art. 16 WTE Pro en de EU-richtlijn 93/22/EEG.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verklaarde Bonoparti c.s. niet-ontvankelijk voor hun beroep tegen [verweerster 3]. Het beroep tegen Crescendo werd verworpen. De Hoge Raad benadrukte dat de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar de functie van de kennisgeving in de EU-richtlijn vervult en dat het nationale recht geen afzonderlijke kennisgeving vereist. Het oordeel van het hof was niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd en waarderingen van feitelijke aard zijn in cassatie niet toetsbaar.
De Hoge Raad veroordeelde Bonoparti c.s. in de kosten van het geding in cassatie en sprak het arrest uit op 9 augustus 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de STE bevoegd is voor de verklaring van geen bezwaar en wijst het cassatieberoep van Bonoparti c.s. af.