ECLI:NL:PHR:2011:BQ0010
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over toepasselijkheid CAO Bouwbedrijf versus Metaalbewerkingsbedrijf voor BAM Geleiderail
De zaak betreft een geschil tussen BAM Geleiderail en verschillende pensioenfondsen over welke CAO van toepassing is op de werkzaamheden van BAM. BAM stelt dat haar activiteiten onder de CAO voor het Bouwbedrijf vallen, terwijl de Fondsen en MNS betogen dat de CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf van toepassing is.
De rechtbank en het hof hebben geoordeeld dat BAM zowel onder de werkingssfeer van de CAO voor het Bouwbedrijf als die voor het Metaalbewerkingsbedrijf valt, maar dat de werkzaamheden beter aansluiten bij de CAO voor het Bouwbedrijf. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst de cassatie van de Fondsen en MNS af.
De Hoge Raad benadrukt dat de werkingssfeerbepalingen ruim zijn en dat overlappingen mogelijk zijn, maar dat slechts één CAO van toepassing kan zijn. Het hof heeft terecht gekeken welke omschrijving het beste aansluit bij de kernactiviteiten van BAM, namelijk het tot stand brengen van werken ter bevordering van de verkeersveiligheid. De uitsluitingsbepalingen in de CAO voor het Bouwbedrijf zijn juist uitgelegd en van toepassing.
De Hoge Raad oordeelt dat de tekstuele uitleg van de CAO-bepalingen, de aard van de werkzaamheden en de beleidsregels leiden tot de conclusie dat de CAO voor het Bouwbedrijf van toepassing is. De eerdere aansluiting van de rechtsvoorganger van BAM bij de Metaalnijverheid doet hieraan niet af.
De cassatie wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de werkzaamheden van BAM onder de CAO voor het Bouwbedrijf vallen en wijst het cassatieberoep af.