ECLI:NL:PHR:2002:AE2115
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Levering aandelen en verklaring van geen bezwaar bij financiering overname commissionairsbedrijf
In deze zaak vordert een financier, Crescendo, levering van 35% van de aandelen in een vennootschap waarin de activiteiten van een commissionairsbedrijf worden voortgezet. De kern van het geschil betreft de uitleg van de tussen partijen gesloten intentieverklaring, leningsovereenkomst en optie-overeenkomst, en de toepassing van art. 16 Wet Pro toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995) omtrent de verklaring van geen bezwaar (vvgb).
Het hof heeft geoordeeld dat Crescendo zich jegens Bonoparti c.s. niet tot meer heeft verbonden dan het ter beschikking stellen van f 1,5 miljoen en dat de vraag of een vvgb kan worden verleend aan de bevoegde autoriteiten is. De Hoge Raad bevestigt dat aan een verzoek om een vvgb geen voorafgaande kennisgeving van het voornemen tot verwerving hoeft te gaan en dat de Wte 1995 richtlijnconform moet worden uitgelegd.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de getuigenverklaringen uit een voorlopig getuigenverhoor, waarbij Bonoparti c.s. geen partij waren, als bewijs mogen worden gebruikt, mits geen ernstige benadeling optreedt. De klachten over procesrechtelijke schendingen worden verworpen. Ook wordt bevestigd dat de intentieverklaring bij de uitleg van de latere overeenkomsten een rol speelt en dat Bonoparti c.s. tot levering van aandelen in [verweerster 3] gehouden zijn indien de optie wordt uitgeoefend zonder oprichting van Newco.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof, waarbij tevens een comparitie van partijen is gelast om de statuten van [verweerster 3] te overleggen en een schikking te beproeven.
Uitkomst: Hoge Raad wijst cassatieberoep af en bevestigt dat Crescendo recht heeft op levering van aandelen onder de voorwaarden van de optie-overeenkomst en dat een verklaring van geen bezwaar niet voorafgegaan hoeft te worden door kennisgeving.