ECLI:NL:HR:2002:AD9787
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verzoekt HvJ EU over herziening omzetbelasting publiekrechtelijk lichaam
Belanghebbende, een publiekrechtelijk lichaam, heeft een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) gebouwd en later de economische eigendom daarvan overgedragen aan een stichting. De levering werd als belast beschouwd, maar belanghebbende had voor het gebruik als overheid geen recht op aftrek van omzetbelasting. Het Hof van Justitie heeft in eerdere arresten geoordeeld over het onderscheid tussen overheidshandelingen en economische activiteiten.
De kernvraag is of een publiekrechtelijk lichaam recht heeft op herziening van de betaalde omzetbelasting voor een investeringsgoed dat deels voor overheidshandelingen en deels voor belaste handelingen wordt gebruikt. De Hoge Raad stelt dat belanghebbende als belastingplichtige moet worden aangemerkt voor de levering, maar twijfelt over het recht op herziening gezien het gebruik als overheid.
Omdat de bestaande jurisprudentie onvoldoende duidelijkheid biedt, verzoekt de Hoge Raad het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de toepassing van artikel 20 van Pro de Zesde richtlijn en de mogelijkheid om investeringsgoederen geheel buiten het ondernemingsvermogen te houden. De uitspraak wordt geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de zaak aan en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over het recht op herziening van omzetbelasting door publiekrechtelijke lichamen.